Ossaart

Ga naar de inhoud
Volkse Feesten > 1 ste periode - Herfst
Allerheiligen: 1 November - Allerzielen: 2 November

Aanvankelijk was Allerheiligen het feest ter herdenking van alle martelaren en het is als dusdanig van zuiver kerkelijke oorsprong. De oudste sporen van een dergelijk feest komen voor in de oosterse ritus bij de H. Johannes Chripostomas (4e eeuw) waar het vermeld wordt als een Allerheiligenzondag, die te Antiochië op de 1e zondag na Pinksteren gevierd werd. In het westen was het vooral paus Bonifacius IV (608-615) die de stoot gaf, door het Pantheon van Rome, een tempel ter ere van Jupiter en alle andere heidense goden opgericht, aan de ware God te wijden en onder het patroonschap te stellen van de Maagd Maria en alle heilige martelaren. Langzamerhand breidde het feest zich langs Italië en Frankrijk over heel de christenheid uit, totdat paus Gregorius IV het in 835 voor heel de Westerse kerk voorschreef, te vieren op 1 november ter ere van alle engelen en heiligen in de hemel. In Allerzielen ziet men een verkerstening van het heidense dodenfeest. De dodenherdenking is een algemeen verspreid en van ouds bekend gebruik. De graven der doden waren voor onze voorouders heilige plaatsen. Er werden religieuze samenkomsten gehouden, lichten gebrand en spijsoffers neergezet. Het paste de levende om de doden te danken voor hun zegen.

Overblijfselen hiervan zijn: In sommige streken wordt in de nacht van 1 op 2 november de klok geluid, om de geesten te verdrijven die dan op het kerkhof hun ommetochten houden. De zielen der voorvaderen zijn hier boze geesten geworden die men moet verdrijven. Elders luiden de klokken van middernacht tot 01 uur om de zielen op te roepen. De volgende morgen worden zij dan door klokkengelui gewaarschuwd dat zij weer moeten vertrekken.  Men brengt in deze tijd ook een bezoek aan de graven, en ontsteekt er lichten. Dit is een overblijfsel van de oude brandoffers, die aan de doden gebracht werden. Zo hield men in sommige streken tijdens de nacht van Allerheiligen op Allerzielen het haardvuur brandend en werd er een mand met noten bij geplaatst voor de bezoekende doden. Het grote houtblok dat tijdens die nacht voor het vuur zorgt toont overeenkomst met de joelblok, die gedurende de twaalf nachten in de haard werd verbrand.
Het geloof aan geesten, die in deze tijd als een "Wilde Jacht" door het luchtruim zweefden, leeft nog voort in de mening dat de zieltjes op deze dag op aarde weerkeren. Volgens bijgeloof, dat nog in Limburg heerst, moet men op Allerheiligen een lichtje laten branden, opdat de zieltjes hun weg vinden. Men mag op deze dag ook geen wasgoed ophangen anders kunnen de zieltjes erboven blijven zweven. De herinnering aan de oude offergaven leeft nog voort in de vorm van zielebroodjes en zieltjeskoeken.
Copyright © 2015.Speelschaar Ossaart - Designed by Webmaster. Van Giel Peter
Terug naar de inhoud