Ossaart

Ga naar de inhoud
Volkse Feesten > 2 de periode - Winter
”JULFEEST” - “JOELFEEST”

Het Julfeest was niet alleen een dodenfeest. Het was ook gewijd aan de vruchtbaarheid. Het midwinterfeest was het belangrijkste feest voor de Germanen maar ook bij vele andere Indo-Germaanse volkeren. We moeten bedenken dat onze voorvaderen in een ver verleden veel meer met de natuur meeleefden dan wij nu. Hun religieuze feestenwaren nauw verbonden met het natuurgebeuren, inzonderheid met de zon en maanstanden. De Jultijd was niet alleen het begin van het jaar, maar ook het einde van het oude jaar en allerlei denkbeelden werden eraan vastgeknoopt.

Men achtte de kringloop van het menselijke leven een weerspiegeling van de jaarlijkse zonneloop. Het Julfeest stond in het teken van de nieuwe zonnetijd. Licht en vuur spelen dus een hoofdrol. We vinden deze terug in fakkeldansen, de vreugdevuren op de berg om de zon te lokken, het vuurrad dat brandend de berg afrolde.

Het Julfeest is ook een vreugdefeest. Vreugde omdat de dagen weer lengen. Vreugde omdat de zon meer en meer warmte toestuurt en al de nieuwe levenskrachten in de natuur zal opwekken. Vreugde om de terugkeer van het licht.

In de tijd der twaalf nachten komen we tal van figuren en gebruiken tegen. De namen van de figuren kunnen verschillen van streek tot streek maar meestal handelt het om dezelfde figuur.
De Germanen kenden naast de cultische maaltijden ook de cultische drinkgelagen. Bij het heidense Julfeest behoorde het drinkgelag. Men dronk mede maar ook het bier had een belangrijke plaats ingenomen. Oude sagen vertellen ons over de bierfeesten die plaats hadden in de Jultijd. Men spreekt dan ook over het Julbier dat speciaal voor het feest gebrouwen werd met de gerst van de laatste oogst.
Jolasveinar, zijn mannen die tijdens hun ommetochten in de Jultijd zich in dierenhuiden kleden. Als aanvulling droegen zij horens en een staart. Soms, maar dit zal ook wel door een gebrek aan huiden zijn geweest,  waren zij in stro gehuld. Zij droegen nog een masker en trokken rond om gaven op te halen.
Het Julfeest ging gepaard met het optreden der heidense mannenbonden. Het samenkoppelen van inwijdingen (voornamelijk in de lente en met Jul) met vegetatiefeesten mag op het eerste gezicht wat vreemd lijken, maar in wezen is er een soort analogie. De inwijdingsriten hebben als kern een dood en herleving, waarbij de kandidaat, naar men aannam tijdelijk met de dodenwereld in aanraking was, waaruit hij dan weer terugkeerde, om zijn aardse leven voort te zetten. De dodenwereld was de bron van alle leven, Wodan, was tevens God van de dodenwereld. Dood en vooral de herleving behoren dus enerzijds tot de inwijdingsriten en anderzijds tot de vegetatieriten. Men veronderstelde een nauw contact tussen de doden, resp.de ingewijden en de vruchtbaarheid. Men verwachtte van de doden dat zij hun nakomelingen met vruchtbaarheid zouden zegenen. Daar Wodan ook de inwijdingsgod was, ligt het voor de hand dat de inwijdingen in de cultische mannenbonden, waarbij de kandidaat een volgeling van Wodan werd, in de tijd van de twaalf nachten plaats hadden.

             Vrouw Holle. De naam van vrouw Holle (Holda,Holla,Hulde,Hullefrau,Hulleputz) is betrekkelijk jong, en het is mogelijk dat het een verbastering is van een oude Germaanse godin Hludana of Hlodhyn. Het was een godin, die een wijdverbreide verering genoot, waardoor het later veelvuldige voorkomen van vrouw Holle kan verklaard worden. Hlodhyn wordt als moeder van Thor genoemd, hierdoor kan zij als godin der vruchtbaarheid worden beschouwd. Vrouw Holle zou niet alleen vruchtbaarheid, maar ook het leven zelf hebben voortgebracht. Volgens de latere sagen ontvangt vrouw Holle de zielen der gestorvenen en laat zij uit haar geheimzinnige bron de nieuwgeborenen voortkomen. Daarbij verwijzen wij naar de vertelling: Balders dood en wedergeboorte, waar het vrouw Holle is die met de nieuwgeborene op schoot zit, en zilveren haren, Holda's zilver wegschenkt.



Lode Quasters uit Sint-Niklaas schreef volgend gedicht:

HOLDA

Vrouw Holda schudt weerom haar peluw uit...
Zij is vertoornd op de aarde en de mensen
die leven naar verlangen en naar wensen
en slapen rustig bij hun eigen bruid.

Zij is de voortgejaagde en verteerde
en heeft van moeder dit vergalde hart
dat al zijn haat tegen de aarde keerde
van lieverlede door den storm gehard.

Toen is zij uit haar sluimer opgesprongen
en in haar hemd en wiegelende haar
schudt zij de pluimen uit en onbedwongen
en dansend duikelt 't sneeuwen door elkaar.

De bergen en de dalen en de daken
zijn ingesneeuwd en in dien witten storm
zijn duizend mensen als een luttele worm
bedolven onder Holda's huivrig laken.

Vrouw Holda slaat haar peluw in het ronde:
haar ogen vlammen en haar moeder grijnst;
de aarde ligt geteisterd en geschonden...
maar witter dan de dood die wake veinst.



Copyright © 2015.Speelschaar Ossaart - Designed by Webmaster. Van Giel Peter
Terug naar de inhoud